Veel gestelde vragen

Op welke manier houdt de tuinder rekening met het milieu?

De tuinder probeert het gebruik van energie, chemische gewasbeschermingsmiddelen en meststoffen zo veel mogelijk te beperken. Zo neemt de tuinder maatregelen in zijn kas (zoals een klimaatcomputer, energiescherm, warmteopslag, een energie-efficiënte kachel) om met zo min mogelijk energie toe te kunnen. In de Koegorspolder in Terneuzen maken de tuinders bovendien gebruik van de restwarmte van Yara. Voor de bescherming tegen ziekten en plagen gebruikt de tuinder biologische bestrijding: hij zet nuttige insecten in zijn kas uit om de schadelijke te bestrijden. De methode wordt vooral in de groenteteelt toegepast. Doordat de tuinder op substraat teelt, kan hij de niet gebruikte meststoffen opvangen en opnieuw gebruiken.

Wordt er gecontroleerd wat de teler op zijn bedrijf doet?

De tuinder houdt in zijn boekhouding bij hoeveel meststoffen, energie en gewasbeschermingsmiddelen hij gebruikt. De boekhouding wordt regelmatig gecontroleerd. Ook wordt de oogst onderzocht op residu van gewasbeschermingsmiddelen. De tuinder wordt gecontroleerd door verschillende instanties en overheidsdiensten. Biologische telers worden gecontroleerd door controleurs van SKAL. Het doel van Stichting Skal is de consument zekerheid te bieden dat een product met de aanduiding "biologisch" ook werkelijk biologisch is voortgebracht. Skal doet dit door het uitoefenen van onafhankelijk toezicht op de biologische producenten d.m.v. inspectie, certificatie, sancties en communicatie.

Wat doet de teler om zo milieubewust mogelijk te werken?

De teler gebruikt in zijn kas rassen die niet zo gevoelig zijn voor ziekten. Ook zorgt hij ervoor dat zijn planten voldoende voedsel krijgen, want sterke planten worden minder snel ziek. Ook zorgt hij voor een optimale temperatuur in de kas. Ook dat remt de ontwikkeling van ziekten en plagen af. Ter bestrijding van schadelijke insecten zet hij bovendien natuurlijke vijanden in de kas uit. Chemische bestrijding kan daardoor achterwege blijven of sterk afnemen. Om de verspreiding van ziekten te voorkomen is bovendien hygiëne erg belangrijk. Daarom mag je soms pas een kas in nadat beschermende kleding en bescherming over je schoenen gedaan hebt. De steenwolmatten worden direct na de oogst ontsmet. Ook het water dat de teler gebruikt, wordt ontsmet en voor hergebruik geschikt gemaakt.

Hoe herken ik een milieubewust geteeld product?

De producten van de Nederlandse glastuinbouw worden geteeld volgens de regels die door de overheid zijn vastgesteld. Er zijn ook producten die gegarandeerd voldoen aan strengere eisen dan die van de overheid. De producten die zijn geteeld volgens de normen van de Stichting Milieukeur bijvoorbeeld zijn herkenbaar aan een logo van een hand met stempel. Het Milieukeur stelt strenge eisen aan de toepassing van chemische gewasbeschermingsmiddelen en kunstmest. Producten uit de biologische land- en tuinbouw zijn herkenbaar aan het Ekokeurmerk. Bij de biologische teelt mag onder andere géén gebruik worden gemaakt van chemische gewasbeschermingsmiddelen en kunstmest.

Waarom wordt substraat gebruikt?

Substraat is een neutrale voedingsbodem uit steenwol of bewerkt lavagesteente. De planten kunnen er goed in wortelen. Door het substraat kan de teler precies de hoeveelheid voedingstoffen geven die de plant nodig heeft voor een optimale groei. Water en voedingsstoffen die de plant niet nodig heeft, worden opgevangen en opnieuw gebruikt. In substraat zitten bovendien nauwelijks ziektekiemen. De plant wordt daardoor minder snel ziek. De steenwolmatten kunnen na de teelt opnieuw worden gebruikt. De teler ontsmet ze dan eerst. Naast steenwol wordt onder andere ook gewerkt met kokosvezel en kleikorrels.

Gebruikt de glastuinbouw niet te veel energie?

De glastuinbouwsector heeft in 1993 afspraken gemaakt met de overheid over de verbetering van de energie-efficiency. Dat leidde in 2003 tot een energieverbetering van 50 procent ten opzichte van 1980. Om dat te bereiken is geïnvesteerd in klimaatcomputers, energieschermen, rookgascondensors, warmteopslag en WKK-installaties. Een WKK-installatie wekt zowel warmte als elektriciteit op. Ook gebruikt de glastuinbouw restwarmte en rest-CO2 van energiecentrales en de industrie. In de Koegorspolder in Terneuzen bijvoorbeeld gebruiken de kassen de restwarmte van Yara. Voor 2010 heeft de glastuinbouw zich een verbetering van de energie-efficiency met 65 procent ten doel gesteld. Uiterlijk in 2020 wil de glastuinbouw onafhankelijk zijn van fossiele brandstoffen zoals aardgas en olie.

Voorlichtings- en Opleidingscentrum

Postbus 163, 4530 AD Terneuzen
Smitsschorreweg 9, 4554 LK Westdorpe
0115-477004
info@werkenindekas.nl